U bent hier:Home Werkwijze LP opdracht en aanvraag
De werkwijze van de DT&V is dat zo vroeg mogelijk met een vreemdeling over terugkeer wordt gesproken, ook wanneer betrokkene nog niet rechtmatig verwijderbaar is. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn wanneer er een beroepsprocedure loopt en de vreemdeling het beroep in Nederland mag afwachten. De vreemdeling kan zich, mede gelet op de wettelijke vertrektermijn of de duur van het recht op COA-opvang, op deze wijze tijdig voorbereiden op de reële mogelijkheid dat zijn toelatingsprocedure negatief uitvalt. De vreemdeling is verantwoordelijk voor zijn vertrek uit Nederland. Met andere woorden, de vreemdeling moet zelf zijn vertrek regelen. Als hij een reisdocument nodig heeft kan hij dat aanvragen, al dan niet via zijn diplomatieke vertegenwoordiging. Als de vreemdeling echter geen actie onderneemt dan neemt de DT&V deze taak op zich op basis van de onderstaande werkwijze. Meer informatie kunt u vinden in de Vreemdelingencirculaire, deel A 4.4.
Tijdens gesprekken worden onder meer de verschillende vertrekopties besproken en de wijze waarop de vreemdeling bij zijn terugkeer gefaciliteerd kan worden. Ook wordt de rol van de Internationale Organisatie voor Migratie (IOM) uitgelegd. Indien het nodig is dat een (vervangend) reisdocument dient te worden aangevraagd, worden hiertoe de voorbereidingen getroffen en worden aan de vreemdeling gegevens gevraagd die nodig zijn voor het opmaken van een zgn. lp-opdracht.
Al deze stappen zien op het tijdig voorbereiden van het vertrek van de vreemdeling uit Nederland in die situatie dat de toelatingsprocedure voor betrokken vreemdeling negatief uitvalt.
Indien betrokkene de beroepsprocedure in Nederland mag afwachten, wordt de aanvraag voor een (vervangend) reisdocument niet doorgezonden naar de diplomatieke vertegenwoordiging van het (vermoedelijke) land van herkomst, totdat de rechter uitspraak heeft gedaan waarbij het beroep ongegrond is verklaard. Het moment van indienen van een aanvraag voor een (vervangend) reisdocument is vastgelegd in beleidsregels, en wel in deel A4.4.1 van de Vreemdelingencirculaire 2000.
Als het nodig is dat betrokkene een (vervangend) reisdocument aanvraagt, worden de voorbereidingen getroffen voor het aanvragen ervan en worden aan de vreemdeling gegevens gevraagd die nodig zijn voor de aanvraag. Al deze stappen zien op het tijdig voorbereiden van het vertrek van de vreemdeling uit Nederland. Zodra de rechter uitspraak heeft gedaan waarbij het beroep in een asielprocedure ongegrond is verklaard, kan en in beginsel wordt de aanvraag voor een (vervangend) reisdocument zo spoedig mogelijk ingediend bij de autoriteiten van het (vermoedelijke) land van herkomst. Wanneer er sprake is van een lopende reguliere procedure, wordt met indiening van de aanvraag voor een vervangend reisdocument niet gewacht tot de verblijfsaanvraag is afgewezen. Voor vreemdelingen op wie de asielaanvraag negatief is beslist door de IND in de algemene asielprocedure bestaat de mogelijkheid om de aanvraag voor een vervangend reisdocument in te dienen direct na afwijzing van de asielaanvraag.
Voordat de opdracht voor een (vervangend) reisdocument wordt opgestart, heeft de regievoerder vertrek vastgesteld dat de betrokken vreemdeling niet anders dan op een (vervangend) reisdocument, een laissez passer (lp), Nederland kan verlaten. Dit is de basis voor de opdrachtverstrekking aan afdeling Laissez Passer van de directie Operationele Ondersteuning van de Dienst Terugkeer en Vertrek. De afdeling LP gaat vervolgens een (vervangend) reisdocument aanvragen bij de autoriteiten van het (vermoedelijke) land van herkomst. Een opdracht voor het aanvragen van een lp door de regievoerder vertrek kan slechts een verzoek zijn voor het indienen van een lp-aanvraag voor één land. Als er voor meerdere landen een lp-aanvraag dient te worden opgestart, dan wordt voor elk land afzonderlijk een lp-opdracht opgemaakt.
Lp-opdracht: de opdracht van de regievoerder (bijzonder) vertrek aan de afdeling LP om een lp-aanvraag bij een diplomatieke vertegenwoordiging in te dienen.
Lp-aanvraag: de door de afdeling lp in te dienen aanvraag voor een laissez passer. Het betreft hier een aanbiedingsbrief aan de diplomatieke vertegenwoordiging met de door de afdeling LP geselecteerde stukken, inclusief een lp-aanvraagformulier. De lp-opdracht maakt geen deel uit van de lp-aanvraag.
Lp-aanvraagformulier: formulier dat door de regievoerder al dan niet samen met de vreemdeling wordt ingevuld en onderdeel is van de lp-aanvraag.
Presentatieset: set van documenten die in het kader van de presentatie in persoon wordt overhandigd aan de diplomatieke vertegenwoordiging. Deze set bestaat uit de aanbiedingsbrief, een kopie lp-aanvraagformulier en kopieën van pasfoto’s en eventuele nationaliteitsverklaringen, identiteitsdocumenten en vingerafdrukken. Ofwel: een kopie van de lp-aanvraag.
Lp-set: set van alle interne en externe documenten die in het kader van een Lp-aanvraag worden bewaard. De Lp-set maakt onderdeel uit van het DT&V-vertrekdossier.
De regievoerder plant het gesprek met de vreemdeling (inclusief tolk). Als het een vreemdeling betreft die bij de DT&V bekend is geworden na plaatsing in een huis van bewaring (of grenslogies), of een vreemdeling afkomstig uit het strafrecht, en die voordien nog niet bekend was bij de DT&V (en dus voor wie nog geen lp-aanvraag loopt), vindt het vertrekgesprek (in het kader van een lp-aanvraag) uiterlijk op de tweede werkdag plaats nadat het overdrachtsdossier in IS-TV is geregistreerd.
De regievoerder bepaalt naar aanleiding van het vertrekgesprek of de lp-opdracht voor het indienen van een lp-aanvraag bestemd is voor:
het (gedwongen) vertrek,
de beoordeling buiten schuld, of
een bemiddelingsverzoek van een vreemdeling.
Dit wordt vermeld in de lp-opdracht. De genoemde drie aanleidingen hebben geen invloed op de uitvoering van de opdracht voor het indienen van de lp-aanvraag. Met andere woorden, ongeacht de reden voor een gesprek blijven de vorm en inhoudelijke uitvoering van de opdracht hetzelfde.
Het vertrekgesprek met de vreemdeling in het kader van een lp-aanvraag is gericht op het onderbouwen van de identiteit en nationaliteit van de vreemdeling en kent de volgende elementen die verplicht aan de orde komen:
De vreemdeling wordt geïnformeerd over de reden van het gesprek.
Relevante (aanvraag) formulieren worden samen met de vreemdeling ingevuld en vervolgens ondertekend door de vreemdeling. Als de betrokken vreemdeling weigert de lp-aanvraag te ondertekenen wordt dit op de lp-opdracht aangetekend. De DT&V zal in dit geval als belanghebbende de lp-aanvraag starten.
Door de vreemdeling overgelegde (kopieën van) ID documenten worden ter plekke vertaald c.q. omschreven. Zo nodig draagt een tolk zorg voor de vertaling c.q. omschrijving. Als de regievoerder toestemming van zijn afdelingsmanager heeft om de vertaling c.q. omschrijving zonder aanwezigheid van een tolk te verrichten, kan deze handeling zonder tolk/vertaalbureau worden uitgevoerd.
Essentieel is dat de regievoerder volledige zekerheid heeft over de inhoud van de overgelegde documenten en heeft getoetst of deze documenten kunnen worden voorgelegd aan de betreffende autoriteiten. Daarna wordt de lp-opdracht met aanvraag en documenten doorgezonden.
Als de vreemdeling bezwaar maakt tegen toezending van bepaalde documenten als zijnde asielgerelateerd en de regievoerder kan dat (al dan niet met behulp van een tolk) niet vaststellen, dan wordt hiervan een aantekening gemaakt op de lp-opdracht. Het document/de documenten worden wel gevoegd bij de lp-opdracht.
Het informatieblad ‘Interview met een diplomatieke vertegenwoordiger in het kader van uw terugkeer' wordt uitgereikt aan de vreemdeling en aan de vreemdeling wordt gevraagd of hij de inhoud van het informatieblad heeft begrepen. Als de vreemdeling weigert om het informatieblad in ontvangst te nemen wordt hiervan een aantekening gemaakt in het gespreksverslag.
Na het vertrekgesprek in het kader van de lp-opdracht wordt het verslag van dit gesprek door de regievoerder opgesteld. In dit verslag wordt aangegeven in hoeverre de vreemdeling medewerking verleent aan zijn vertrek en welke afspraken met de vreemdeling zijn gemaakt. Het verslag van het gesprek wordt opgemaakt in beginsel 24 uur nadat het gesprek heeft plaatsgevonden
Voordat de opdracht wordt verstrekt aan de afdeling LP wordt deze samengesteld. De opdracht aan de afdeling LP bestaat in ieder geval uit:
Alle benodigde stukken ten behoeve van de lp-aanvraag zoals deze van toepassing zijn voor het betreffende land waar de lp-aanvraag zal worden ingediend door de afdeling LP. Deze stukken zijn bij voorkeur zo veel mogelijk samen met de vreemdeling opgemaakt en door hem ondertekend.
Informatie die de regievoerder op basis van het vertrekdossier verzamelt en eventuele resultaten van lopende identiteitsonderzoeken.
Informatie of de vreemdeling in het kader van een toelatingsprocedure bekend is bij de IND. Deze informatie maakt geen deel uit van de lp-aanvraag, maar wel van de lp-opdracht.
De meest recent geleverde verwijderbaarheidsinformatie uit de Basisvoorziening Vreemdelingen (BVV) op basis waarvan de lp-opdracht wordt gestart door de regievoerder, als het een vreemdeling betreft die toelatingsprocedures heeft lopen.
Een door de vreemdeling ingevuld en ondertekend formulier 'verzoek om bemiddeling bij terugkeer' wanneer er sprake is van een bemiddelingsverzoek. En tevens een eigen handgeschreven verklaring van betrokkene gericht aan zijn diplomatieke vertegenwoordiging met het verzoek om afgifte van een vervangend reisdocument om de terugkeer te bewerkstelligen. Beide documenten dienen ter onderbouwing van de lp-aanvraag meegezonden te worden aan de afdeling LP.
Als er sprake is van een gezinssituatie, dan wordt zowel voor het gezinshoofd als voor de partner een lp-opdracht opgestart. Kinderen onder de leeftijd van 18 jaar worden gevoegd onder de lp-opdracht van de moeder. Is er geen moeder aanwezig dan worden zij bij de lp-opdracht van de vader gevoegd. Voor kinderen boven de leeftijd van 18 jaar wordt altijd een aparte lp-opdracht opgestart (op basis van het eigen vertrekdossier).
Originele reisdocumenten / identiteitspapieren maken geen onderdeel uit van de lp-opdracht aan de afdeling LP. Er worden uitsluitend kopieën met vertaling/omschrijving van dergelijke documenten bijgevoegd.
Als het in een later stadium alsnog noodzaak is tot het overleggen van de originele documenten/papieren, omdat dit als uitdrukkelijke voorwaarde door de diplomatieke vertegenwoordiging wordt gesteld, dan neemt de medewerker LP contact op met de regievoerder om na te gaan of dit mogelijk is.
Van de regievoerder wordt een opdracht ontvangen voor het indienen van een lp-aanvraag. Ontvangen worden de daarvoor bestemde (standaard-)lp-aanvraagformulieren, met eventuele bijlagen, pasfoto’s, nationaliteitsverklaring, e.d.
Om de binnenkomst van de opdracht te registreren, wordt de opdracht voorzien van een dagstempel.
De afdeling LP gaat na of alle voor de lp-aanvraag benodigde stukken bij de lp-opdracht zijn gevoegd, en of de lp-aanvraag kan worden ingediend rekening houdende met de verblijfsrechtelijke status van de vreemdeling. Dit gebeurt op basis van gegevens van de regievoerder. Na deze controle wordt de lp-aanvraag samengesteld.
Wanneer blijkt dat na controle de aanvraag kan worden ingediend dan draagt de senior medewerker LP de lp-aanvraag over aan de administratie. Een aanbiedingsbrief voor de diplomatieke vertegenwoordiging wordt aangemaakt. De aanbiedingsbrief is het begeleidend schrijven dat wordt meegezonden met de lp-aanvraag.
De lp-aanvraag wordt schriftelijk per aangetekende post dan wel per koerier ingediend.
Een kopie van de lp-aanvraag, zoals deze ingediend is bij de diplomatieke vertegenwoordiging, wordt door de regievoerder uit het digitaal vertrekdossier gegenereerd.
De regievoerder zorgt dat de vreemdeling zo spoedig mogelijk, in ieder geval vóór een eventuele presentatie in persoon, kopieën van deze lp-aanvraag in zijn bezit heeft. Uitreiking van kopie van lp-aanvraag en bijlagen aan de vreemdeling en de wijze en datum waarop worden vastgelegd in een verslag vertrekgesprek.
Voor de vreemdeling wordt binnen 30 dagen na indienen van een lp-aanvraag een presentatiedatum kenbaar gemaakt. Wanneer er geen datum voorhanden is, wordt de diplomatieke vertegenwoordiger verzocht om een presentatiedatum. Er wordt naar gestreefd om elke vreemdeling binnen twee maanden na het schriftelijk indienen van de lp-aanvraag daadwerkelijk te presenteren aan de diplomatieke vertegenwoordiging.
Drie werkdagen voorafgaand aan de presentatie van de vreemdeling controleert de medewerker LP opnieuw in BVV de status van verwijderbaarheid. In BVV wordt gecontroleerd of de vreemdeling in het kader van een toelatingsprocedure bekend is bij de IND.
Een presentatie kan op drie manieren plaatsvinden:
Per telefoon:
De regievoerder nodigt de vreemdeling uit voor de ingeplande telefonische presentatie. De betrokken vreemdeling wordt schriftelijk uitgenodigd. Tijdens de telefonische presentatie heeft de regievoerder een waarnemende rol. Na afloop van het telefoongesprek tussen de vreemdeling en de diplomatieke vertegenwoordiging, neemt de afdeling LP contact op met de diplomatieke vertegenwoordiging om navraag te doen naar de uitkomst van het gesprek.
Schriftelijk:
Waar het een schriftelijke presentatie betreft vindt er feitelijk geen presentatie in persoon meer plaats na indiening van de lp-aanvraag.
In persoon:
Over het algemeen vindt een presentatie in persoon plaats bij de diplomatieke vertegenwoordiging zelf (ambassade of consulaat) of in een kantoor van de DT&V. Ook kan een presentatie plaatsvinden op een locatie waar vrijheidsbeperkende maatregelen worden opgelegd, zoals een Uitzetcentrum of een PI. De locatie waar een presentatie plaatsvindt wordt bepaald in overleg met de diplomatieke vertegenwoordiging. Als het nodig is dan regelt de DT&V vervoer voor de vreemdeling om naar de betreffende locatie te reizen.
Presentaties in persoon, waarbij incidenteel wordt gevraagd om het gesprek (gedeeltelijk) buiten aanwezigheid van de begeleidende Nederlandse ambtenaren te houden, vinden doorgang. Wel wordt de vreemdeling gevraagd of hij instemt met een gesprek buiten aanwezigheid van de begeleidende ambtenaren, en wordt achteraf gevraagd hoe het gesprek is verlopen.
Vragen van de diplomatieke vertegenwoordiger over de verblijfsachtergrond in Nederland van de vreemdeling worden door de ambtenaren nimmer beantwoord. Aan enkele landen wordt strafrechtelijke informatie verstrekt. Het betreft landen die het 'ne bis in idem' beginsel volgen en die buitenlandse vonnissen respecteren.
Het is aan de vreemdeling of hij vragen van zijn diplomatieke vertegenwoordiger over zijn verblijfsachtergrond wil beantwoorden of documenten daarover wil afgeven. In het eerder uitgereikte informatieblad wordt de vreemdeling uitgelegd dat hij niet verplicht is dergelijke vragen te beantwoorden. Voor zover deze informatie bekend raakt bij de medewerkers van de DT&V wordt dit in het verslag opgenomen.
Van elk presentatiegesprek wordt een verslag gemaakt dat wordt opgenomen in het vertrekdossier van de betreffende vreemdeling. Het verslag is een openbaar dossierstuk dat valt onder de Wet openbaarheid van bestuur en de Wet bescherming persoonsgegevens. Het kan door de vreemdeling of diens gemachtigde worden opgevraagd. Ook bij een gerechtelijke procedure of een politieke interventie kan het verslag worden betrokken. Incidenten, bijzondere constateringen tijdens de uitvoering of afwijkingen van het gebruikelijke verloop van een presentatie in persoon, worden in het verslag opgenomen en worden daarnaast altijd gemeld aan de leidinggevende door middel van een aparte incidentmelding.
Aanvullende stukken
De afdeling LP bewaakt of er nog kopieën van reis- of identiteitsdocumenten beschikbaar komen ná indiening van de lp-aanvraag bij de diplomatieke vertegenwoordiging die van belang zijn voor de presentatie. Als dergelijke stukken zijn binnengekomen, dan worden deze documenten, samen met de al eerder aan die diplomatieke vertegenwoordiging toegezonden stukken, vastgelegd in de presentatieset voor de diplomatieke vertegenwoordiging.
Verzoek advocaat aanwezigheid bij presentatie in persoon (evt. tolk)
Een regievoerder vertrek kan worden benaderd door een rechtshulpverlener (vaak een advocaat) om als toehoorder aanwezig te zijn bij een presentatie in persoon tegenover een diplomatieke vertegenwoordiging. De inrichting van een presentatie is voorbehouden aan de diplomatieke vertegenwoordiging. De rechtshulpverlener wordt door de regievoerder doorverwezen naar de betreffende diplomatieke vertegenwoordiging, bij welke instantie belanghebbende zelf het verzoek kan indienen. Dat geldt eveneens voor zijn verzoek om een tolk bij dit gesprek aanwezig te laten zijn. De aanwezigheid van derden bij een presentatie in persoon mag er niet toe leiden dat het uitvoeringsproces van de afdeling LP wordt gefrustreerd. In het presentatieverslag wordt vastgelegd welke op- c.q. aanmerkingen door de rechtshulpverlener tijdens de presentatie zijn gemaakt. Kosten voor een tolk, die door een advocaat bij de presentatie is meegenomen, worden niet vergoed door de DT&V.
Indien een rechtshulpverlener heeft aangegeven dat hij de presentatie wil bijwonen, informeert de regievoerder hieromtrent de medewerker(s) LP die de betrokkene vreemdeling gaat presenteren. De aanwezigheid van een gemachtigde of derde belanghebbende stuit niet op bezwaar. Het is echter aan de vreemdeling of zijn gemachtigde om daarvoor de instemming van zijn autoriteiten te krijgen. De medewerkers LP kunnen dit verzoek doorgeleiden naar de diplomatieke vertegenwoordiger.
De lp-opdracht kan in de volgende gevallen beëindigd worden:
De lp-opdracht is gestopt terwijl deze nog niet is ingediend bij de diplomatieke vertegenwoordiging.
De lp-aanvraag is ingetrokken nadat deze is ingediend bij de diplomatieke vertegenwoordiging.
Er een definitief besluit komt van de diplomatieke vertegenwoordiging op de lp-aanvraag. Namelijk: lp verkregen of lp niet verkregen.
Twaalf maanden zijn verstreken na het afsluiten van vertrekprocedure en er is geen antwoord ontvangen noch is een nieuwe vertrekprocedure opgestart.