Veelgestelde vragen en antwoorden

Hier vindt u veelgestelde vragen over het beleid en het werk van de Dienst Terugkeer en Vertrek (DT&V).

  • Ja. Net als het asielbeleid, is ook het hele beleid voor de terugkeer van vreemdelingen onderdeel van het vreemdelingenbeleid . Dit is vastgelegd in de Vreemdelingenwet. 

  • Nee, wij hebben geen invloed op het vreemdelingenbeleid van de regering. De DT&V is een uitvoeringsorganisatie. Dat betekent dat wij het beleid van de regering moeten uitvoeren. Als de regering beleidswijzigingen bedenkt, kunnen we wel aangeven wat die wijzigingen betekenen voor de uitvoering van dat nieuwe beleid.

  • Wij komen in actie nadat dat de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde en onbepaalde tijd heeft afgewezen. De IND draagt het dossier van die vreemdeling dan aan ons over. Eén van onze regievoerders leest het overdrachtsdossier en gaat met die vreemdeling in gesprek over zijn of haar vertrek uit Nederland.

  • Nee. Het is niet onze taak om te checken wat de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) doet. 

    Lees ook het antwoord op de vraag Wat doet de DT&V als tijdens een vertrekgesprek blijkt dat een vreemdeling (opnieuw) asiel wil aanvragen?

  • Wij helpen vreemdelingen om hun vertrek uit Nederland te organiseren als zij niet (meer) in Nederland mogen blijven. Samen met de vreemdeling kijken we naar waar zijn of haar kansen liggen en wat een vertrek in de weg staat. We leveren altijd maatwerk. Door persoonlijk contact met de vreemdeling en door samenwerking met de ketenpartners laten we de vreemdeling zoveel mogelijk zelfstandig vertrekken.

  • Wij werken samen met alle organisaties in de vreemdelingenketen, de Internationale Organisatie voor Migratie (IOM) en non-gouvernementele organisaties (ngo's) zoals VluchtelingenWerk Nederland. We stemmen al onze werkzaamheden zo goed mogelijk op de ketenpartners af en zorgen zo voor een zo zorgvuldig mogelijk terugkeerproces.

  • Onze regievoerder en de vreemdeling bespreken:

    • dat de vreemdeling Nederland moet verlaten,
    • waar de vreemdeling heen kan: het land van herkomst, of een ander land waar de vreemdeling toegang heeft,
    • of de vreemdeling zelf wil werken aan zijn vertrek,
    • welke stappen de vreemdeling al heeft ondernomen om zijn of haar vertrek te organiseren,
    • hoe de vreemdeling steun kan krijgen bij de terugkeer, bijvoorbeeld door de Internationale Organisatie voor Migratie (IOM) of VluchteningenWerk Nederland
    • dat als de vreemdeling niet zelfstandig vertrekt, gedwongen terugkeer aan de orde kan zijn.

    Het is heel belangrijk dat de vreemdeling en de regievoerder elkaar goed begrijpen. Daarom is er altijd een (telefonische) tolk aanwezig bij de gesprekken.

  • Ja, altijd.

  • Tijdens een vertrekprocedure kunnen nieuwe feiten of omstandigheden naar voren komen. Zo'n nieuw feit of nieuwe omstandigheid kan reden zijn voor de vreemdeling om (opnieuw) een aanvraag in te dienen bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND). Als dit gebeurt dan adviseren we de vreemdeling om dit te bespreken met zijn of haar advocaat. We oordelen er verder niet over, want dat is de verantwoordelijkheid van de IND.

  • Wij werken op locaties van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) en Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI). Ook werken onze medewerkers op locaties van het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers  (COA), zoals asielzoekerscentra, gezinslocaties en de vrijheidsbeperkende locatie (lees ook Verblijfslocaties voor vreemdelingen). Het hoofdkantoor van de DT&V staat in Den Haag.

  • Ja, heel veel. De samenwerking zit 'm vooral in projecten en programma's voor vreemdelingen die hen voorbereiden op hun toekomst in het land waar zij naar toe gaan.

    Lees ook het antwoord op de vraag Met wie werkt de DT&V samen?

  • Wij hebben contact met de diplomatieke vertegenwoordigingen van herkomstlanden. Deze ambassades zitten in Nederland en België. Zo is er contact met de ambassades om:

    • de nationaliteit en/of identiteit van vreemdelingen vast te stellen,
    • een (vervangend) reisdocument te krijgen als dat nodig is,
    • gebruik te kunnen maken van afspraken rond terugname en overname van vertrekkende vreemdelingen.
  • Onze ervaring leert dat iedereen die terug wil, ook echt terug kan. Soms wordt de vreemdeling ondersteund door de Internationale Organisatie voor Migratie (IOM), VluchtelingenWerk Nederland of een andere non-gouvernementele organisatie waar wij mee samenwerken. Er zijn diverse terugkeerprojecten die helpen om een nieuwe start te maken in het land van herkomst.

    Lees ook het antwoord op de vragen Als een vreemdeling zegt wel terug te willen, maar niet terug te kunnen, waarom mag hij/zij dan niet gewoon blijven? en Krijgt een vreemdeling geld mee naar het land van herkomst?

  • Dit proces verloopt zeer zorgvuldig. Voor een vreemdeling Nederland kan verlaten, moet onder andere worden gecontroleerd of:

    • de juiste (reis)documenten aanwezig zijn,
    • er geen procedures meer lopen die de vreemdeling in Nederland mag afwachten,
    • eventueel benodigde medicatie aanwezig is.

    Als iemand gedwongen vertrekt, kan worden besloten dat de Marechaussee met de vreemdeling meereist naar het land van herkomst.

  • Ja, dat komt ook voor. Dan moet een vreemdeling wel toegang tot dat land kunnen krijgen, bijvoorbeeld als hij of zij daar een verblijfsvergunning heeft of heeft gehad.

  • In deze vraag zit het grootste knelpunt in het terugkeerbeleid. Er zijn landen waar de DT&V mensen niet gedwongen naar kan laten terugkeren. Maar deze landen weigeren hun onderdanen vrijwel nooit als zij zelfstandig terugkeren. De keuze ligt in dit geval bij de vreemdeling. Hij of zij moet het verschil maken tussen terug kunnen en terug willen.

  • We zetten vreemdelingen alleen gedwongen uit als ze zelf niet werken aan hun eigen terugkeer.

    Als een vreemdeling niet in ons land mag blijven, maar Nederland ook niet wil verlaten, kan de overheid overgaan tot gedwongen vertrek.

  • Er is geen specifiek moment in het jaar waarop er meer of minder uitzettingen plaatsvinden. We zetten vreemdelingen uit als ze niet werken aan hun eigen terugkeer en als wij als de DT&V beschikken over de juiste documenten. Vreemdelingen die worden uitgezet, krijgen dit minimaal 48 uur voor het vertrek van de vlucht te horen. Dit betekent dat uitzettingen het hele jaar door in alle openheid plaatsvinden.

  • Of een kind een schooljaar kan afronden, is per situatie verschillend. Soms kan dat wel, maar soms gaat dat niet. Het moment waarop de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) beslist dat een kind moet vertrekken, valt immers niet per sé samen met het einde van een schooljaar. Als het kan, proberen we hierover wel met elk kind en/of de ouders afspraken te maken. Daarbij hoort dan ook de afspraak dat het kind daarna Nederland verlaat.

  • Als we een gezin met minderjarige kinderen in bewaring nemen, halen we het inderdaad vroeg in de ochtend op. Zo hoeft een schoolgaand kind niet uit de klas gehaald te worden. Verder is de kans groot dat het hele gezin rond deze tijd samen is. Bij gedwongen terugkeer is het belangrijk dat alle gezinsleden bij elkaar blijven als ze naar de gesloten gezinsvoorziening of luchthaven gebracht worden.

  • Voor deze vreemdelingen kunnen wij extra begeleiding regelen. Natuurlijk wordt gecontroleerd of die begeleiding echt nodig is. Dat doet het Bureau Medische Advisering van de IND. Dit bureau kan voorwaarden stellen, zoals:

    • specifiek vervoer naar het vliegveld in Nederland,
    • begeleiding door bijvoorbeeld een (psychiatrisch) verpleegkundige,
    • extra medicatie,
    • een medische overdracht, waarbij de vreemdeling wordt overgedragen aan een arts in het land van herkomst.
  • Het belang van het kind staat centraal. We houden rekening met hun behoeften en beleving.

    Voor alleenstaande kinderen die zonder ouders naar Nederland zijn gekomen, hebben we speciale regievoerders aangewezen. Deze kinderen noemen wij 'alleenstaande minderjarige vreemdelingen', kortweg amv’s. Amv’s zijn extra kwetsbaar en verdienen daarom gespecialiseerde aandacht.

    Voor amv’s geldt dat zij alleen terug kunnen keren als er geschikte opvang is in het land van herkomst. De speciale regievoerder neemt contact op met de voogd en gezamenlijk bespreken ze het vertrektraject. Afhankelijk van het land van herkomst is terugkeer op maat mogelijk. Hulp kan bestaan uit opvang, begeleiding, studie of werk en onderdak in het land van bestemming.

  • Ja, dat kunnen we niet altijd voorkomen. Het gaat dan om deze drie situaties:

    1. Zolang vreemdelingen wachten op goedkeuring van hun asielaanvraag, verblijven zij op een opvanglocatie. Zij zijn al die tijd vrij om te gaan en staan waar ze willen. Ze kunnen dus ook een opvanglocatie voorgoed verlaten, zonder ons daarover te vertellen.
    2. Vreemdelingen die zijn uitgeprocedeerd, mogen niet in Nederland blijven. Maar ze willen niet altijd werken aan hun vertrek. Als zij dit lang volhouden, komen zij niet meer in aanmerking voor opvang in Nederland. Dan moeten ze ons land verlaten. Als zij dat niet doen, belanden ze op straat.
      Tijdens de vertrekgesprekken krijgen we soms signalen dat de vreemdeling die ons land uit moet, liever in de illegaliteit verdwijnt. Als we dit vermoeden en we voldoen aan de voorwaarden, wordt die vreemdeling in vreemdelingenbewaring gesteld en overgebracht naar een detentielocatie. Daar verblijft dan de vreemdeling tot het moment dat wij het daadwerkelijke vertrek hebben georganiseerd. Zo voorkomen we dat die vreemdeling op straat belandt.
    3. Als een vreemdeling in bewaring is genomen, willen we die vreemdeling helpen zo snel mogelijk het land te verlaten. Hij of zij heeft namelijk geen verblijfspapieren en mag niet in Nederland blijven. Helaas kan het gebeuren dat het ons niet lukt het daadwerkelijke vertrek te organiseren. Bijvoorbeeld omdat de vreemdeling niet wil vertellen wie hij of zij is en waar hij of zij vandaag komt en wij dus ook geen (vervangend) reisdocument kunnen aanvragen.
      Dit betekent dat wij op dat moment geen zicht meer hebben om het vertrek snel te organiseren. Dan mogen wij een vreemdeling niet langer in bewaring houden en kunnen we niets meer voor hem of haar doen. We laten de vreemdeling vervolgens weten dat hij alsnog zelf ons land moet verlaten en daarna verlaat de vreemdeling de detentielocatie. Als zij ons land dan niet verlaten, belanden zij op straat.
  • Vreemdelingenbewaring is niet bedoeld als straf. Het is een bestuursrechtelijke maatregel om een vreemdeling beschikbaar te houden voor gedwongen vertrek. En wordt alleen gebruikt als uiterste middel.
    Vreemdelingenbewaring is alleen mogelijk als:

    • er een risico is dat de vreemdeling de illegaliteit in duikt,
    • de vreemdeling weigert te werken aan zijn of haar vertrek,
    • we de vreemdeling kunnen uitzetten.
  • Ja. In Nederland zijn er verschillende locaties waar vreemdelingen worden opgevangen. Waar een vreemdeling opvang krijgt, hangt af van waar ze zich in de procedure bevinden.

    Als een vreemdeling bijvoorbeeld net in Nederland is aangekomen en asiel heeft aangevraagd, wordt hij of zij opgevangen in een asielzoekerscentrum (AZC). Is iemand uitgeprocedeerd? Dan wordt hij of zij vaak overgeplaatst naar een vrijheidsbeperkende locatie.

    Lees meer over de verschillende locaties.

  • Nee. De DT&V heeft als uitvoeringsorganisatie de taak om mensen die niet rechtmatig in Nederland mogen zijn te laten vertrekken uit Nederland. Dit vertrek wordt met de grootst mogelijke zorg geregisseerd. Op het moment dat een vreemdeling in het andere land is aangekomen heeft Nederland geen bevoegdheden. Ieder land heeft zijn eigen autonomie.

  • Soms. Soms ook niet. Een vreemdeling uit bijvoorbeeld een land in de Westelijke Balkan krijgt geen financiële steun. Of een vreemdeling geld meekrijgt, ligt aan:

    • zijn of haar nationaliteit,
    • welke procedures de vreemdeling in Nederland heeft doorlopen,
    • het soort van vertrek (zelfstandig of gedwongen).

    Bij zelfstandig vertrek zijn er diverse mogelijkheden om een vreemdeling financieel of in natura te helpen bij zijn vertrek. De mogelijkheden zijn te vinden op infoterugkeer.nl.

  • Als vreemdelingen worden uitgezet, krijgen zij dit minimaal 48 uur voor het vertrek van de vlucht te horen.

  • Vreemdelingen vliegen met een reguliere lijnvlucht of met een overheidsvlucht. Bij een lijnvlucht reist een vreemdeling in een gewoon vliegtuig met andere passagiers. Bij een overheidsvlucht huurt de overheid een vliegtuig om in één keer meerdere vreemdelingen naar hetzelfde land terug te laten reizen. Vaak worden overheidsvluchten samen met andere lidstaten georganiseerd.