Gezinslocatie

Het onderdak van gezinnen met minderjarige kinderen mag niet worden beëindigd zolang het vertrek uit Nederland niet heeft plaatsgevonden. Gezinnen met minderjarige kinderen worden overgeplaatst naar, op het vertrek gerichte, gezinslocaties.

Als tijdens de asielprocedure op zorgvuldige wijze is geoordeeld dat een gezin met minderjarige kinderen niet in aanmerking komt voor bescherming in Nederland, is het de verantwoordelijkheid van het gezin om binnen de wettelijke vertrektermijn van maximaal 28 dagen na de afwijzing van de asielaanvraag terug te keren naar het land van herkomst. Als het gezin binnen deze termijn niet uit Nederland is vertrokken, kan het op indicatie van de Dienst Terugkeer en Vertrek (DT&V) worden overgeplaatst naar een gezinslocatie.

Eigen verantwoordelijkheid

In de gezinslocatie geldt het uitgangspunt dat de vreemdeling een eigen verantwoordelijkheid heeft om te voldoen aan zijn vertrekplicht, die start op het moment dat de asielaanvraag wordt afgewezen. De Nederlandse overheid geeft immers met deze afwijzing aan dat in Nederland voor het gezin geen toekomstperspectief bestaat. Door het zo snel mogelijk organiseren van het vertrek uit Nederland kunnen deze gezinnen hun lot in eigen hand nemen.

Duur van verblijf

Het onderdak van gezinnen met minderjarige kinderen wordt pas beƫindigd op het moment dat er sprake is van vertrek uit Nederland of als het jongste kind van het gezin de leeftijd van achttien jaar heeft bereikt. Uitgangspunt blijft de zelfstandige terugkeer. Gezinnen met minderjarige kinderen hebben dus zelf invloed op de duur van hun verblijf op een gezinslocatie.