In 2025 is het aantal vertrekken uit Nederland toegenomen. Tegelijkertijd wordt het steeds lastiger om voortvarend aan terugkeer te werken. In de Stand van de uitvoering schetst DTenV hoe de politiek kan helpen meer terugkeer te realiseren.

Beeld: © DTenV
In 2025 registreerde DTenV 12.800 vertrekken. In totaal zijn circa 7.360 personen aantoonbaar uit Nederland vertrokken, onder wie 945 Syriërs die vrijwillig terugkeerden naar hun land van herkomst. Door deze groep is het aantal vertrekken het hoogste in jaren.
Meer locaties en langere doorlooptijden
Dat neemt niet weg dat meer terugkeer mogelijk zou kunnen zijn. De omstandigheden waaronder DTenV zijn werk moet doen, zijn afgelopen jaar opnieuw ingewikkelder geworden. Zo is het aantal opvanglocaties inmiddels gegroeid tot ruim 320. Meer dan de helft daarvan betreft noodopvang zonder adequate voorzieningen voor regievoerders om gesprekken over terugkeer te voeren of inbewaringstellingen te organiseren. Ook zijn de doorlooptijden van verblijfsprocedures verder opgelopen. Hoe langer procedures duren, hoe kleiner de kans dat mensen bij een afwijzing daadwerkelijk vertrekken.
Algemeen directeur Simone Steendijk: “Als DTenV zijn we er de afgelopen jaren steeds in geslaagd om een substantieel deel van de mensen die bij ons in beeld komen, aantoonbaar uit Nederland te laten vertrekken. Tegelijkertijd leidt de hoge druk op onze ketenpartners, zoals het COA en de IND, tot minder terugkeer dan mogelijk is. Er zijn bijvoorbeeld lange wachttijden bij het behandelen van aanvragen voor een verblijfsvergunning en lange doorlooptijden van beroepsprocedures bij rechtbanken en de Raad van State. Daardoor verblijven mensen vaak al jaren in Nederland voordat wij kunnen gaan werken aan hun terugkeer.”
Afhankelijkheid
Voor terugkeer is DTenV afhankelijk van veel ketenpartners en van de medewerking van autoriteiten in de landen van herkomst. Om de afhankelijkheid te verkleinen heeft DTenV de afgelopen jaren extra taken op zich genomen, onder andere bij de inbewaringstelling van mensen die Nederland moeten verlaten. Dit werpt vruchten af, maar roept ook de vraag op welke extra taken en verantwoordelijkheden de DTenV-organisatie de komende jaren zal krijgen en welke middelen daarvoor beschikbaar zijn. Daarnaast levert de verwachte grote toename van het aantal Syriërs dat geen recht heeft op verblijf in Nederland spanning op met de beschikbare capaciteit.