Naast het Europese Asiel- en migratiepact dat op 12 juni is ingegaan, zijn er meer wijzigingen in aantocht op het gebied van de uitvoering van het migratiebeleid. Zo is er een akkoord bereikt voor de Europese Terugkeerverordening. Verder heeft de Tweede Kamer op 4 juni ingestemd met de Wet terugkeer en vreemdelingenbewaring.
Een spoedige invoering van de Wet terugkeer en vreemdelingenbewaring is een van de maatregelen die DTenV heeft benoemd in de Stand van de uitvoering om het terugkeerproces van mensen zonder rechtmatig verblijf sneller en effectiever te maken. Deze wet kent een voorgeschiedenis van ruim tien jaar, onder meer vanwege de val van eerdere kabinetten. De aanname door de Tweede Kamer is dus een belangrijke doorbraak. Nu is het aan de Eerste Kamer om over deze wet te stemmen.
Volgens de nieuwe wet kunnen mensen als zij niet meewerken onder dwang naar een vertrekgesprek worden gebracht of naar een ambassade voor een gesprek om een vervangend reisdocument te verkrijgen. Als een vreemdeling vervolgens blijft tegenwerken kan hij of zij worden gestraft met een gevangenisstraf van ten hoogste drie maanden of een geldboete van maximaal 5.500 euro. Ook wordt in de nieuwe wet geregeld dat iemand 9 uur in plaats van 6 uur kan worden opgehouden, waardoor de politie en Koninklijke Marechaussee meer tijd hebben om een bewaringsmaatregel voor te bereiden. Verder kan straks steviger worden opgetreden tegen vreemdelingen die met crimineel gedrag zorgen voor ernstige overlast.
Terugkeerverordening
Op 1 juni 2026 is een politiek akkoord bereikt tussen de EU-lidstaten en het Europees Parlement over het voorstel van de Europese Commissie voor een Terugkeerverordening. Die moet het uitzetten van mensen zonder rechtmatig verblijf in de Europese Unie sneller en effectiever maken. De verordening zal de huidige Terugkeerrichtlijn vervangen, die meer ruimte biedt voor verschillen tussen landen.
Een belangrijke wijziging is bijvoorbeeld dat lidstaten worden verplicht een terugkeerbesluit op te leggen, ook als dat besluit niet meteen uitvoerbaar is. Ook moet op elk terugkeerbesluit voortaan een overnameverzoek aan een land buiten de Europese Unie volgen. Behalve het land van herkomst kan dat ook een ander land zijn dat geldt als veilig. Dit maakt de inzet van ‘terugkeerhubs’ mogelijk.
DTenV is nauw betrokken geweest bij het totstandkomingsproces van de nieuwe verordening en de Nederlandse inzet is grotendeels overgenomen. Wel vindt DTenV de implementatietermijn van één jaar vrij kort om alle geldende wet- en regelgeving, beleid en uitvoeringsprocessen in lijn te brengen met de Terugkeerverordening. Naar verwachting zal de definitieve Terugkeerverordening in het najaar worden gepubliceerd in het Publicatieblad van de EU. Na publicatie zullen bepaalde artikelen onmiddellijk van toepassing zijn. Voor andere artikelen die aanpassing van nationale wet- en regelgeving of uitvoeringsprocessen (waaronder ICT-systemen) behoeven of beleidskeuzes vergen geldt een implementatietermijn van één jaar.
Zie voor een overzicht van de Nederlandse inzet het BNC fiche.