Over de vrijheidsbeperkende locatie in Ter Apel
Als terugkeer tijd vraagt
Asielzoekers van wie de asielaanvraag is afgewezen, hebben doorgaans nog 28 dagen recht op opvang bij het COA. In die tijd kunnen ze hun vertrek organiseren vanuit een asielzoekerscentrum (azc). Is er zicht op vertrek, maar is 28 dagen te kort? Dan kan de DT&V de vreemdeling over laten plaatsen naar de vrijheidsbeperkende locatie (vbl) in Ter Apel. Dit maakt het mogelijk alsnog aantoonbaar vertrek te realiseren én zorgt voor doorstroom op het azc.
Na de afwijzing van de asielaanvraag krijgt de vreemdeling in de regel 28 dagen om te vertrekken, daarna is er, van rijkswege, geen recht op opvang meer. Binnen die vier weken bepalen de ketenpartners (in ieder geval de DT&V, het COA en de IND) gezamenlijk in het Lokaal Ketenoverleg (LKO) wat de strategie wordt. Daarbij zijn er vier opties: de opvang beëindigen, langer verblijf op het azc toestaan (als het vertrek op zeer korte termijn plaatsvindt), de vreemdeling in bewaring stellen ten behoeve van gedwongen vertrek óf de vreemdeling overplaatsen naar een gezinslocatie of de vbl.
Beeld: © DT&V
De VBL in Ter Apel.
Onderdak in de gezinslocatie en vbl is, onder voorwaarden, bedoeld voor vreemdelingen die Nederland moeten verlaten en geen recht meer hebben op opvang van rechtswege, vandaar dat wordt gesproken van ‘buitenwettelijke opvang’. Waar de gezinslocatie is gericht op vreemdelingen met minderjarige kinderen, is de vbl speciaal bedoeld voor de opvang van alleenstaande vreemdelingen of gezinnen met meerderjarige kinderen van wie wordt verwacht dat ze in beginsel binnen twaalf weken kunnen vertrekken. Ook moeten ze bereid zijn om actief te werken aan hun terugkeer.
Ketenbeslissing
In het LKO beslissen de DT&V, de IND, het COA en eventueel ook de politie (AVIM) samen of iemand wordt overgeplaatst naar de vbl. Het COA en vaak ook AVIM hebben goed zicht op de houding en het gedrag van een vreemdeling, de DT&V op de haalbaarheid van vertrek binnen twaalf weken. Het komt ook voor dat illegaal in Nederland verblijvende vreemdelingen zichzelf bij de vbl melden, al dan niet via de Koninklijke Marechaussee, de politie of de Internationale Organisatie voor Migratie (IOM). Bijvoorbeeld omdat ze genoeg hebben van een leven in de illegaliteit, of omdat ze zo snel mogelijk herenigd willen worden met familie in het land van herkomst in verband met ziekte of een sterfgeval.
Voordat de vreemdeling wordt geplaatst in de vbl, legt de regievoerder van de DT&V een vrijheidsbeperkende maatregel op, op grond van artikel 56 van de Vreemdelingenwet. In een gehoor kan de vreemdeling vooraf eventuele bezwaren kenbaar maken. Is de maatregel opgelegd, dan dienen vreemdelingen binnen een aangegeven gebied te blijven. Dat houdt in dat zij de gemeente Westerwolde, waar Ter Apel deel van uitmaakt, niet mogen verlaten. De naam vbl verwijst daarnaar. Meestal geldt er ook een wekelijkse meldplicht bij de politie (AVIM).
Beeld: © DT&V
Regievoerder in gesprek
Stappen zetten
Anders dan op de azc’s, zijn alle ketenpartners veelvuldig aanwezig op de vbl Ter Apel en zijn de processen eenduidig gericht op vertrek: het asielverzoek is immers al afgewezen en er lopen doorgaans geen juridische procedures meer die vertrek verhinderen. De regievoerders van de DT&V op de vbl nemen daarbij het voortouw: zij bespreken met de vreemdelingen de acties die zij kunnen ondernemen om hun terugkeer realiseren, zetten aanvragen voor een laissez-passer in gang en verwijzen waar nodig door naar andere organisaties. Zo geeft het COA terugkeertrainingen, biedt VluchtelingenWerk Nederland terugkeerprogramma’s aan en houdt de IOM vier dagen per week spreekuur op de locatie. Alle partijen die kunnen helpen om snel stappen te zetten in het realiseren van de terugkeer zijn daarmee in de buurt om de vreemdeling hierbij te ondersteunen. Wordt de termijn van twaalf weken overschreden? Dan kan het verblijf worden verlengd, maar alleen als terugkeer nog steeds in zicht is.
Uitstroom
In de meerderheid van de gevallen leidt het verblijf op de vbl tot vertrek: ongeveer zestig procent van de geplaatste vreemdelingen stroomt uit, hetzij door zelfstandig te vertrekken, hetzij door in bewaring te worden gesteld in afwachting van het gedwongen vertrek. In de andere veertig procent lukt het niet aantoonbaar vertrek te realiseren: omdat vreemdelingen toch niet mee blijken te werken, of omdat ze op enig moment de opvang verlaten en niet meer terugkomen. Het is ook mogelijk dat de autoriteiten geen reisdocumenten afgeven.
De regievoerder toetst gedurende het traject of de vreemdeling mogelijk in aanmerking komt voor een vergunning op basis van het buitenschuldbeleid. Maar als vertrek niet mogelijk blijkt doordat de vreemdeling zelf niet meewerkt, dan kan een aanzegging van de DT&V volgen om op eigen gelegenheid terug te keren naar het land van herkomst of een ander land waar de toegang is gewaarborgd. Ook zo komt er dan een eind aan het verblijf op de vbl.
Beeld: © DT&V
VBL in Ter Apel