Adeyinka

Herintegratie: een case study over Nigeria

Sarah Adeyinka over herintegratie, trauma en het belang van samenwerking

Perspectief

Nigeria vormt een van de zwaartepunten in het Reintegrate-project, een onderzoeks­programma dat tussen 2021 en 2026 loopt en wordt uitgevoerd door de Universiteit van Amsterdam met steun van de European Research Council (ERC). Sarah Adeyinka is als onderzoeker verantwoordelijk voor het werk in en over Nigeria – een land met meer dan 220 miljoen inwoners, waar migratie aan de orde van de dag is.

Waarom juist Nigeria? Het land is zowel herkomstland als bestemming. Tussen 2021 en 2023 verlieten 3,6 miljoen Nigerianen hun land op zoek naar een beter perspectief, vaak binnen Afrika, maar ook richting Europa. Tegelijkertijd migreren veel Afrikanen juist naar Nigeria. Een opvallende bestemming in het migratieverhaal van veel Nigerianen is Libië – een tussenstation dat in de praktijk vaak eindstation wordt.

Het Reintegrate-onderzoek baseert zich op 69 interviews met teruggekeerde Nigerianen (47 vrouwen en 22 mannen) en 27 gesprekken met stakeholders. Van de respondenten keerden 55 mensen terug uit Libië, en zij kwamen uit uiteenlopende regio’s: Abuja, Edo, Lagos en Oyo.

Mensenhandel als structureel probleem

Een terugkerend thema in het onderzoek is mensenhandel – een urgent en wijdverspreid probleem. Veel Nigerianen komen terecht in uitbuiting of gedwongen prostitutie en blijven daardoor langer in Libië dan ze eigenlijk willen. De ernst van het probleem werd ook nationaal erkend: in 2018 sprak zelfs de koning van Benin zich publiekelijk uit tegen mensenhandel en gedwongen prostitutie. Zijn krachtige woorden blijven hangen: “Enough is enough.”

De interviews brengen schrijnende situaties aan het licht. Niet alleen is de reis naar Europa gevaarlijk, maar de terugkeer naar Nigeria is dat op zijn eigen manier ook. De manier waarop iemand terugkeert – vrijwillig met hulp of gedwongen – blijkt grote invloed te hebben op de kans van succesvolle herintegratie. Veel terugkeerders kampen met schaamte, schulden en discriminatie. Ze worden gezien als ‘mislukt’, als mensen die hun kansen op een beter leven verspild hebben. Vooral vrouwen vertellen over traumatische ervaringen in de gedwongen prostitutie, wat hun terugkeer extra zwaar maakt.

Tussen hoop en kwetsbaarheid

Toch zijn er ook verhalen van kracht en herstel. Adeyinka deelde onder meer het verhaal van Joy, een jonge vrouw die slachtoffer werd van mensenhandel en in Libië tot prostitutie werd gedwongen. Ze raakte zwanger, wist met hulp van IOM te ontsnappen en keerde terug naar Nigeria. Daar bouwde ze, gesteund door IOM en de Nigeriaanse overheid, een eigen bedrijf op, dichtbij haar familie. Een voorbeeld van hoe effectieve samenwerking – ‘reintegration governance’ – een nieuw begin mogelijk maakt.

Maar niet alle verhalen kennen zo’n einde. Adeyinka benadrukt dat succesvolle herintegratie samenhangt met de mate van betrokkenheid van organisaties, liefst ook op internationaal niveau. “Hoe meer samenwerking er is, des te groter de kans op een nieuwe start,” was de duidelijke boodschap. Ook mentale gezondheidszorg krijgt gelukkig steeds meer aandacht. En dat is broodnodig.

Taboe op trauma

Tijdens de sessie stelde een deelnemer uit de zaal een persoonlijke vraag aan Sarah Adeyinka: “Wat is je grootste wens voor de mensen die terugkeren?” Haar antwoord kwam zonder aarzeling: aandacht voor mentale problemen. Want, zo blijkt uit het onderzoek, vrijwel iedereen draagt op de een of andere manier een trauma met zich mee. En hoewel het taboe op psychische problemen langzaam afbrokkelt, is er nog een lange weg te gaan.