Panelgesprek: Wat mag terugkeer kosten?
Zoeken naar balans in effectiviteit, rechtvaardigheid en haalbaarheid van terugkeerbeleid
Perspectief
De vraag wat terugkeer mag kosten, gaat niet alleen over financiële uitgaven, maar ook over de maatschappelijke impact, internationale samenwerking en de menselijke kant van migratie. Tijdens een panelgesprek op het DTenV wetenschapsevent kwamen verschillende perspectieven samen en werd gereflecteerd op de effectiviteit, rechtvaardigheid en haalbaarheid van terugkeerbeleid. Onder leiding van dagvoorzitter Desiree Hoving kregen we inzicht in de keuzes en afwegingen die gemaakt moeten worden en hoe Nederland hierin de juiste balans kan vinden. Met dank aan de experts op het podium: Hanne Beirens, Mark Klaassen en Rob van Bokhoven.
De economische impact van terugkeer
Gespreksleider Desiree Hoving trapt het gesprek af met de stelling: "Zonder stevige financiële prikkels is zelfstandige terugkeer geen realistisch alternatief voor gedwongen terugkeer."
De meningen in de zaal blijken verdeeld. Mark Klaassen (universitair docent migratierecht aan de Universiteit Leiden en lid van de Adviesraad migratie) vindt dat financiële prikkels nodig zijn, maar stelt ook dat geld alleen zelden doorslaggevend is. "Als dat zo was, zou je 30.000 euro mee moeten geven in plaats van 750 euro." Hij benadrukt dat counseling en herintegratieplannen eveneens kosten met zich meebrengen en dat bredere investeringen, zoals ontwikkelingssamenwerking, noodzakelijk zijn.
Hoving vraagt of het niet effectiever zou zijn om migranten simpelweg een geldbedrag mee te geven. Hanne Beirens (voormalig directeur van MPI Europe), vindt dat geen goed idee: "Vaak wordt dat geld gebruikt om schulden af te lossen, waardoor er geen middelen meer overblijven om een nieuw bestaan op te bouwen."
Een toehoorder vraagt of financiële prikkels geen aanzuigende werking hebben. Klaassen haast zich te verduidelijken dat hij geen groot bedrag propageert. "Maar als je financiële ondersteuning inzet, doe het dan op een effectieve manier."
De panelleden zijn het erover eens dat zelfstandige terugkeer altijd goedkoper is dan gedwongen terugkeer. Een toehoorder illustreert dit door op te merken dat een dag vreemdelingendetentie al zo’n 300 euro kost per dag.
Terugkeer en juridische grenzen
We gaan door met de stelling: "Het juridische kader rondom terugkeer bevordert niet de bereidheid van vreemdelingen om terug te keren, maar werkt juist verlammend."
Deze stelling raakt aan de spanning tussen rechtsbescherming en een efficiënt terugkeerproces. De discussie verschuift snel naar de Terugkeerrichtlijn en het voorstel om EU-lidstaten elkaars terugkeerbesluiten te laten erkennen, zoals dat nu al gebeurt met strafrechtelijke uitspraken. Klaassen ziet hier potentie in, maar wijst erop dat het gemeenschappelijk asielsysteem nog niet goed functioneert: "Kijk naar hoe Dublinoverdrachten verlopen. In Griekenland, Polen, Italië en Spanje is het beeld niet positief."
Een vraag uit de zaal: maken vreemdelingen en hun advocaten misbruik van de rechtsbescherming? Klaassen antwoordt: "Advocaten gebruiken de mogelijkheden die er zijn. Als dat niet gewenst is, is het aan de wetgever en de overheid om daar verandering in te brengen." Hij noemt een wetsvoorstel uit 2015 om de maximale ophoudingstijd bij inbewaringstelling te verlengen van zes naar negen uur, dat nog steeds niet is doorgevoerd. Daarnaast zijn de wachttijden bij de IND sterk opgelopen. "Dan kun je wijzen op de beroepsethiek van advocaten, maar de overheid kan zelf ook nog verbeteringen doorvoeren."
Terugkeer in internationale context
Ten slotte wordt de stelling besproken: "Nederland draagt onevenredig veel verantwoordelijkheid voor terugkeer, terwijl herkomstlanden en de EU meer zouden moeten bijdragen."De meerderheid van de zaal is het hier niet mee eens.
Hanne Beirens wijst op de rol van Frontex en het Europese herintegratieprogramma EURP, dat belangrijke partnerschappen aangaat. Rob van Bokhoven (directeur Internationale Aangelegenheden bij DTenV), benadrukt de uitdagingen in Europese samenwerking: “Lidstaten zetten niet altijd hun relaties met landen van herkomst in ten behoeve van andere EU-landen. Daarnaast geven sommige landen van herkomst de voorkeur aan bilaterale relaties boven samenwerking met de EU als geheel, omdat ze daar meer voordeel uit kunnen halen.”
Een vraag uit de zaal gaat over de vele actoren binnen het terugkeerdomein. Beirens vindt dat juist positief: "Een migrant zal altijd meer vertrouwen hebben in een ngo dan in een overheid die ook gedwongen terugkeer uitvoert."
Nabranders
Tot slot vraagt Hoving de panelleden om een afsluitende boodschap. Rob van Bokhoven onderstreept de complexiteit van terugkeer: "Er spelen zoveel factoren mee."
Hanne Beirens vraagt zich af hoe de verdeling van Europese budgetten eruit zal zien, nu defensie een groter beslag op middelen legt.
Mark Klaassen wijst op de situatie van langdurig verblijvende onuitzetbaren: "In de LVV (Landelijke Vreemdelingenvoorziening red.) zitten mensen die volstrekt onuitzetbaar zijn. Toch krijgen zij geen verblijfsvergunning. Soms moet je als staat je verlies nemen."