Wetten en regels

Wat zijn de belangrijkste wetten en regels waar DT&V in het kader van het terugkeerbeleid mee te maken heeft? De links leiden naar de originele (wet)teksten.

Vreemdelingenwet 2000

Deze wet regelt de toegang, toelating, toezicht en uitzetting van vreemdelingen.

De volledige tekst van Vreemdelingenwet 2000

Artikel 3 heeft betrekking op ‘aan de grens geweigerde vreemdelingen’ en bevat de gronden voor weigering van de toegang tot Nederland. De toegang tot Nederland is hen geweigerd op een Schengenbuitengrens (bijvoorbeeld Schiphol).

Artikel 6 schrijft dat aan de grens geweigerde vreemdelingen in vreemdelingenbewaring kunnen worden gesteld.

In Artikel 7 is vastgelegd dat een weigering van de toegang van kracht blijft ook als de vreemdeling op grond van een wettelijke bepaling van zijn vrijheid is ontnomen. Dit betreft bijvoorbeeld strafrechtelijk gedetineerde vreemdelingen of vreemdelingen in Nederlandse gevangenissen in afwachting van hun berechting door een internationaal gerecht. Op grond van artikel 7 Vw is het mogelijk om de vreemdeling na vrijlating uit strafdetentie op grond van artikel 6 Vw van zijn vrijheid te ontnemen.

Artikel 56 betreft een maatregel die de bewegingsvrijheid van een vreemdeling beperkt. Hiermee kan aan een vreemdeling de verplichting worden opgelegd te verblijven in een bepaald gedeelte van Nederland.

Artikel 59 betreft een vrijheidsontnemende maatregel die moet voorkomen dat illegale vreemdelingen die Nederland dienen te verlaten zich onttrekken aan hun uitzetting. Het gaat daarbij om vreemdelingen die geen verblijfsrecht (meer) hebben in Nederland en die Nederland moeten verlaten. De insluiting van deze vreemdelingen vindt plaats in een huis van bewaring of - als het een alleenstaande minderjarige vreemdeling betreft - een justitiële jeugdinrichting.

Artikel 59a betreft een maatregel waarbij illegale vreemdelingen op wie de Dublinverordening van toepassing is, met het oog op de overdracht aan een verantwoordelijke lidstaat in bewaring gesteld kunnen worden.

Artikel 61 bepaalt dat een vreemdeling die niet of niet langer rechtmatig verblijf in Nederland heeft, het land uit eigen beweging dient te verlaten.

Artikel 62 beschrijft de termijn waarbinnen een vreemdeling die niet of niet langer rechtmatig verblijf in Nederland heeft, het land dient te verlaten.

Artikel 62a bepaalt dat de vreemdeling door middel van een terugkeerbesluit in kennis wordt gesteld van de verplichting Nederland uit eigen beweging te verlaten, en van de termijn waarbinnen hij aan die verplichting moet voldoen.

Artikel 62b bepaalt dat de vreemdeling schriftelijk in kennis wordt gesteld van het besluit om hem over te dragen aan de verantwoordelijke lidstaat op grond van de Dublinverordening.

Artikel 62c bepaalt de termijn waarbinnen de vreemdeling Nederland na een overdrachtsbesluit moet verlaten.

Artikel 63 bepaalt dat een vreemdeling die Nederland niet vrijwillig verlaat - binnen de daartoe gestelde termijn - kan worden uitgezet.

Artikel 63a bepaalt dat een vreemdeling aan wie een overdrachtsbesluit is uitgevaardigd en die Nederland niet vrijwillig verlaat overgedragen kan worden aan een verantwoordelijke lidstaat in de zin van de Dublinverordening.

Artikel 64 regelt dat uitzetting achterwege blijft zolang het, gelet op de gezondheidstoestand van de vreemdeling of van één van zijn gezinsleden, niet verantwoord is om te reizen. Dit is een tijdelijke maatregel die enkel gericht is op opschorting van de uitzetting.

Artikel 65 ziet op de verplichting van vervoersondernemingen om de vreemdeling terug te geleiden.

Artikel 66 ziet op de uitvaardiging van een inreisverbod.

Vreemdelingenbesluit 2000

In het Vreemdelingenbesluit 2000 wordt meer in detail de toegang, toelating, toezicht en uitzetting van vreemdelingen geregeld.

Voorschrift Vreemdelingen 2000

Het Voorschrift vreemdelingen 2000 bevat een nadere uitwerking van de regels inzake toegang, toelating, toezicht en terugkeer van vreemdelingen.

Vreemdelingencirculaire 2000

In de Vreemdelingencirculaire 2000 zijn de beleidsregels opgenomen.
 

Richtlijn 2008/115/EG (Europese Terugkeerrichtlijn)

De Europese Terugkeerrichtlijn stelt gemeenschappelijke regels vast voor de terugkeer en het vertrek van illegale vreemdelingen die op het grondgebied van de Europese Unie verblijven. Het doel van de richtlijn is het ontwikkelen van een doeltreffend verwijderings- en terugkeerbeleid binnen de Europese Unie. Met de introductie van de Terugkeerrichtlijn zijn ook het terugkeerbesluit en het inreisverbod geïntroduceerd.

Verordening Dublin III (EU nr. 604/2013)

Verordening Dublin III is een Europese Verordening die beschrijft hoe kan worden bepaald welk land verantwoordelijk is voor de behandeling van een verzoek om internationale bescherming (asiel).

Als op grond van onderzoek blijkt dat een ander land dan Nederland verantwoordelijk is voor een asielverzoek, dan wordt het asielverzoek in Nederland afgewezen. Vreemdelingen die in Nederland geen asiel aanvragen, maar dat eerder in een ander Schengenland wel deden, kunnen ook aan dat andere land worden overgedragen. Lees meer over de Dublin-claim.

VN-Vluchtelingenverdrag (1951)

In het VN-Vluchtelingenverdrag (ook wel Verdrag van Genève genoemd) is vastgelegd wanneer een asielzoeker recht heeft op het erkende vluchtelingenschap. Alle landen die het verdrag hebben ondertekend, waaronder Nederland, zijn verplicht zich aan de afspraken te houden. Dit verdrag is de basis voor het asielbeleid van Nederland.

In Artikel 1F wordt bepaald dat het Vluchtelingenverdrag niet van toepassing is op personen ten aanzien van wie ernstige redenen zijn om te veronderstellen dat deze persoon (onder andere) een misdrijf heeft begaan tegen de menselijkheid of een oorlogsmisdrijf heeft begaan.