In bepaalde gevallen kan een migrant worden overgedragen aan een ander Europees land. Dit kan als de Dublinverordening van toepassing is of (vanaf 12 juni 2026) de Asiel- en Migratiebeheer Verordening (aangeduid met AMbV).
In beide verordeningen staat beschreven hoe kan worden bepaald welke lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van een verzoek om internationale bescherming (asiel). Meestal is dat de lidstaat waar diegene eerder een aanvraag om internationale bescherming (asiel) heeft ingediend. Maar het kan ook zijn dat een ander lidstaat verantwoordelijk is omdat er gezins- of familieleden wonen die daar een verblijfsvergunning hebben.
Als op grond van onderzoek blijkt dat een ander lidstaat dan Nederland verantwoordelijk is voor een asielverzoek, dan wordt het asielverzoek in Nederland niet-ontvankelijk verklaard. Ook mensen die in Nederland geen asiel aanvragen, maar dat eerder in een andere lidstaat wel deden, kunnen aan die lidstaat worden overgedragen.
Verzoek om overdracht
De Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) dient het verzoek om overdracht in bij de andere lidstaat. Dit is de zogenaamde Dublin-claim of AMbV-claim. Als de claim door de andere lidstaat wordt geaccepteerd, ontvangt de persoon om wie het gaat een overdrachtsbesluit. DTenV is verantwoordelijk voor de feitelijke overdracht van mensen aan de lidstaat dat het asielverzoek gaat behandelen. In verband met deze overdracht is een speciaal Dublin- of AMbV-laissez-passer (vervangend reisdocument) nodig.
Dublin- en AMbV-landen
De EU-lidstaten die de Dublinverordening III en de Asiel- en migratiebeheerverordening hebben ondertekend zijn België, Bulgarije, Cyprus, Denemarken, Duitsland, Estland, Finland, Frankrijk, Griekenland, Hongarije, Ierland, Italië, Kroatië, Letland, Liechtenstein, Litouwen, Luxemburg, Malta, Noorwegen, Oostenrijk, Polen, Portugal, Roemenië, Slovenië, Slowakije, Spanje, Tsjechië, IJsland, Zweden en Zwitserland.
Overgangstermijn
De AMbV-procedure vervangt de huidige Dublin-procedure. Belangrijk verschil is dat binnen de AMbV-procedure bij terugnamezaken geen gehoor wordt afgenomen. Verder kan onder de AMbV de uiterste overdrachtsdatum worden verlengd tot drie jaar.
Gedurende de overgangstermijn van 18 maanden, dus tot eind 2027, kunnen beide verordeningen naast elkaar voorkomen. In het overdrachtsbesluit dat iemand krijgt van de IND, staat welke procedure van toepassing is.
Solidariteitsmechanisme AMbV
Nieuw ten opzichte van de Dublinverordening is dat in de AMbV ook een solidariteitsmechanisme is opgenomen. De bedoeling is dat lidstaten waarvan de Commissie heeft vastgesteld dat ze ‘onder migratiedruk’ staan, ondersteuning kunnen krijgen van andere lidstaten. Deze ondersteuning kan bestaan uit herplaatsingen van asielzoekers, financiële ondersteuning of andere maatregelen. De lidstaten kunnen zelf bepalen welke solidariteitsmaatregelen ze toezeggen (‘pledgen’). Elk jaar moet een minimumaantal van herplaatsingen in de EU zijn toegezegd. Als dat aantal niet wordt gehaald kan dat betekenen dat lidstaten verplicht zijn om AMbV-zaken die zij in hun caseload hebben zelf te behandelen.
Het informatieblad over de AMbV-procedure wordt nog toegevoegd.