Werken en motiveren in een gedwongen kader

De kracht van beelden

Aspiraties

Esther Busquet, trainer in de methodiek Werken in gedwongen kader bij DTenV, gebruikt het verhaal en beelden van de film ‘Io Capitano’ om inzicht te geven in hoe mensen tot een besluit komen, en hoe je ze daarbij kunt coachen. Deze indrukwekkende film gaat over de Senegalese tiener Seydou, die samen met zijn neef besluit de gevaarlijke reis naar Europa te maken.

Bij Seydou wordt het idee om muzikant te worden in Europa gevoed door beelden op internet. Hij stelt zich al voor hoe hij beroemd wordt en geld verdient voor zijn familie. Ondanks waarschuwingen uit zijn omgeving - zijn moeder is woedend en een kennis raadt het af vanwege de gevaren - blijft het plan zich in zijn hoofd ontwikkelen. De twijfel slaat toe, maar uiteindelijk zet hij de eerste stappen: hij spaart geld, regelt een vals paspoort en stapt samen met zijn neef op de bus.

Wat volgt is een reis vol beproevingen. Seydou wordt geconfronteerd met arrestatie, mishandeling en uitbuiting als dwangarbeider. In Libië vindt hij zijn gewonde neef terug. Uiteindelijk krijgen ze een plek op een overvolle boot, op voorwaarde dat Seydou de boot bestuurt. Na een gevaarlijke overtocht bereiken ze Sicilië. Hoe het verder met hem afloopt, blijft open.

Fasen van besluitvorming

Busquet legt vervolgens de verbinding met het werk van DTenV. Een migrant zoals Seydou kan op een dag in een caseload belanden. Hoe begeleid je iemand in een gedwongen kader en help je hem nadenken over terugkeer? Net zoals Seydou door een lang proces ging voordat hij zijn reis begon, is er ook bij terugkeer een traject van overwegingen en keuzes. Als regievoerder is het essentieel om aan te sluiten bij de fase waarin iemand zich bevindt en hem daarbij te coachen. Motivatie moet immers uit de persoon zelf komen.

Tijdens de workshop legt Busquet de verschillende fasen van besluitvorming uit met behulp van een cirkel van posters op de grond:

1. Precontemplatie
In deze fase denkt de persoon er niet over om zijn gedrag te veranderen. Meestal merken de mensen om hem heen dat er iets moet veranderen. De persoon gebruikt conservatieve taal, omdat hij zich verzet (om verandering te voorkomen). Om gedragsverandering te bewerkstelligen, moet de weerstand tegen verandering groeien.
In deze fase helpt het om naar de persoon te luisteren en vragen te stellen over de voorkeur om alles in de status quo te houden. Gebruik de interviewtechnieken van motiverende gespreksvoering.

2. Contemplatie
In deze fase is de persoon zich ervan bewust dat er iets moet gebeuren. Hij denkt na over de mogelijkheid om zijn of haar gedrag te veranderen, maar doet nog niets en probeert alles in het voordeel van de huidige toestand te houden. In deze fase voelt de persoon ambivalentie; er vindt een beslissingsconflict plaats: het individu is onzeker over de te ondernemen actie en ervaart een ‘tweekantengevoel’. Door beide kanten met de ambivalentie te bespreken en te vragen naar bijvoorbeeld kernwaarden en iemands drive, wordt steeds duidelijker welke kant van deze balans voor hem/haar echt zwaarder weegt.
Als begeleider laat je de migrant zelf onderzoeken wat de voordelen en nadelen van de huidige- en toekomstige situatie zijn door hem uitsluitend begeleidende vragen te stellen zonder verbeterreflex.

3. Preparation
In deze fase bereidt de persoon zich voor op het veranderen van zijn of haar gedrag. De migrant denkt er steeds meer over na om zijn situatie te veranderen. Hij is zich ervan bewust dat hij een andere stap moet zetten. Hij praat meer in ‘Ik moet/ik wil’ en is druk bezig met het uitzoeken van zijn opties. Er is nog geen concrete actie, het gebeurt allemaal in zijn hoofd. Je hoort voorbereidende verandertaal (willen, kunnen, redenen hebben, noodzaak ervaren).
Als begeleider coach je de migrant in deze fase.

4. Action
In deze fase is de persoon echt in actie en zet hij stappen in de richting van zijn verandering. De migrant gebruikt mobiliserende veranderingstaal (commitment, actie, stappen maken). Nieuw gedrag vervangt oud gedrag. Hij handelt proactief.
Als begeleider coach je de migrant. De migrant neemt verantwoordelijkheid voor zijn daden.

5. Maintenance
In deze fase heeft de persoon zijn of haar gedrag al veranderd en en keert niet meer terug naar het oorspronkelijke gedrag.

6. Terugval
De migrant kiest ervoor om niet tot een definitief besluit te komen. Hij heeft meer tijd of meer informatie nodig.
Als adviseur: vraag de migrant of hij kan vertellen wat er moeilijk is, wat er mis is gegaan. Weet dat ‘afhaken’ oké is.

Motiverende gespreksvoering

Elke fase vraagt dus een andere benadering. In de eerste fase draait het vooral om luisteren en een vertrouwensband opbouwen. Het is belangrijk om te begrijpen welke overtuigingen, waarden en dromen iemand heeft en welke push- en pullfactoren een rol spelen - net zoals Seydou die ervoer bij zijn beslissing om naar Europa te komen. Pas als iemand zich gehoord voelt, kan hij openstaan voor een gesprek over de toekomst.

Motiverende gespreksvoering helpt om iemand zijn eigen situatie te laten onderzoeken. Terugval naar een eerdere fase hoort erbij. Een regievoerder doorloopt niet met elke vreemdeling alle stappen: soms is de situatie te complex, soms is iemand al verder in het proces.

Busquets belangrijkste boodschap: we werken met mensen, en ieder van hen draagt een uniek verhaal met zich mee. Gebruik dat verhaal om hen in beweging te krijgen.