Behandelsporen

De IND kan asielaanvragen afhandelen volgens vijf ‘sporen’ (let op: spoor 3 en 5 zijn niet in werking):

  1. Dublin: als een andere EU-lidstaat verantwoordelijk is voor de inhoudelijke behandeling van het verzoek om internationale bescherming/asielverzoek
  2. Asielzoekers afkomstig uit een veilig land van herkomst of die elders in de EU al asielbescherming genieten
  3. Evident kansrijke aanvragen (momenteel niet in werking)
  4. Verwijzing naar de algemene/verlengde asielprocedure
  5. Mogelijk inwilligbare zaken waarbij extra onderzoek nodig is (momenteel niet in werking). 

Spoor 1: overdracht naar het verantwoordelijke EU-land

De Dublinprocedure, gebaseerd op de Verordening (EU) Nr. 604/2013, gaat om de bepaling welke lidstaat verantwoordelijk is voor de (inhoudelijke) behandeling van een asielverzoek. Denk aan een situatie waarin de vreemdeling al een asielverzoek in een andere lidstaat heeft ingediend (of had kunnen indienen) of doorlopen. Of wanneer een lidstaat een visum heeft afgegeven aan de vreemdeling of er sprake is van illegale inreis, korter dan twaalf maanden geleden. In de Dublinprocedure wordt niet inhoudelijk ingegaan op asielgronden.
Als Nederland heeft bepaald welke lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van het asielverzoek van de vreemdeling, wordt een terug- of overnameverzoek naar die lidstaat verzonden (claim-uit). Het kan ook zijn dat een andere lidstaat Nederland op grond van de Dublinverordening verantwoordelijk acht. Deze lidstaat zal dan Nederland verzoeken om de vreemdeling terug of over te nemen (claim-in). Via een claimakkoord laat de lidstaat die het claimverzoek heeft ontvangen aan de verzoekende lidstaat weten de verantwoordelijkheid te accepteren.

Claimakkoord en overdrachtsbesluit
De IND vraagt de vreemdeling in een Dublingehoor naar eventuele bezwaren ten aanzien van de overdracht. Deze bezwaren worden meegenomen in het voornemen tot niet in behandeling nemen van het asielverzoek. Als de vreemdeling zonder dat vooraf te melden (kennisgeving) en zonder goede (verschoonbare) reden niet is verschenen voor het Dublingehoor, gaat de IND ervan uit dat de vreemdeling geen bezwaren heeft tegen de overdracht. Als deze er toch zijn, kan de vreemdeling deze bezwaren in de zienswijze als reactie op het voornemen naar voren brengen. De bezwaren worden ook meegenomen in de beschikking. De beschikking is ook een overdrachtsbesluit. Als er een claimakkoord en overdrachtsbesluit ligt, draagt de IND het dossier over aan de DT&V. Als de vreemdeling verwijderbaar is (omdat geen lopende verblijfsaanvragen of rechtsmiddelen met opschortende werking meer openstaan), kan de overdracht naar de verantwoordelijke lidstaat plaatsvinden. 

Uiterste overdrachtsdatum
Na ontvangst van het dossier van de IND, belegt de DT&V het dossier bij een regievoerder. De regievoerder van de DT&V is verantwoordelijk voor het bepalen van de vertrekstrategie, het voeren van gesprekken met de vreemdeling en de bespreking in het LKO (kan ook door een medewerker van COA). Centraal staat overdracht naar de verantwoordelijke lidstaat vóór het verstrijken van de uiterste overdrachtsdatum (UOD) zodra de vreemdeling verwijderbaar is. Deze termijn is in de regel zes maanden vanaf het claimakkoord. Deze termijn kan tot twaalf maanden verlengd worden in het geval van strafrechtelijke detentie van de vreemdeling en tot achttien maanden als de vreemdeling zich aan de overdracht onttrekt door zelfstandig zonder toezicht van de opvanglocatie te vertrekken. Verlenging tot achttien maanden kan ook als de vreemdeling slechts tijdelijk (zonder verschoonbare reden) uit beeld is en de al geplande overdracht om die reden geen doorgang kon vinden. De termijn om over te dragen kan daarnaast opgeschort worden als er sprake is van schorsende werking in de zin van de Dublinverordening.

Feitelijke overdracht
De feitelijke overdracht kan op drie manieren verlopen: de vreemdeling kan, eventueel in overleg met de DT&V, zelf het vertrek naar de verantwoordelijke lidstaat regelen, de DT&V regelt het vertrek van de vreemdeling naar de verantwoordelijke lidstaat óf de vreemdeling kan gedwongen worden overgedragen vanuit bewaring. De Dublinclaimant kan ook met behulp van IOM vrijwillig terugkeren naar zijn of haar land van herkomst. Hierbij is wel het uitgangspunt dat dit traject niet mag leiden tot uitstel van de overdracht aan de verantwoordelijke lidstaat en ook niet tot overschrijding van de UOD.
 

Spoor 2: terugkeer naar een veilig land van herkomst of lidstaat waar de vreemdeling al asiel heeft

Asielaanvragen van vreemdelingen afkomstig uit een veilig land van herkomst of vreemdelingen die al asielbescherming hebben gekregen in een andere lidstaat, worden in spoor 2 afgedaan. Spoor 2 is een verkorte procedure; dit betekent dat de vreemdeling geen rust- en voorbereidingstermijn krijgt en dat er één gehoor plaatsvindt. In de regel wordt er binnen enkele weken op deze aanvragen beslist. In die tijd verblijft de vreemdeling in de sobere opvang. Wanneer blijkt dat er toch meer tijd nodig is voor de zaak of extra onderzoek moet worden gedaan, wordt de asielaanvraag overgeheveld naar spoor 4. 
Aanvragen van vreemdelingen afkomstig uit de West-Balkan (Albanië, Kosovo, Servië, Montenegro, Macedonië en Bosnië) en Georgië met Dublinindicaties worden om procesmatige redenen niet in spoor 1, maar in spoor 2 behandeld. Dat betekent dat de asielaanvraag inhoudelijk wordt behandeld en dat de vreemdeling na afwijzing van de asielaanvraag moet terugkeren naar het land van herkomst. 

Na afwijzing van de aanvraag draagt de IND het dossier over aan DT&V.

Spoor 4: Algemene en verlengde asielprocedure 

Met ingang van 25 juni 2021 is de asielprocedure op een paar punten veranderd. De grootste verandering is dat het eerste gehoor is samengevoegd met het aanmeldgehoor en dus komt te vervallen. De voorbereiding door de rechtshulpverlener is verplaatst naar de rust- en voorbereidingstermijn. Hierna start de algemene asielprocedure (AA) van zes dagen: 
Dag 1: Nader gehoor met de vreemdeling. 
Dag 2: Nabespreking en de mogelijkheid voor het indienen van correcties en aanvullingen. 
Dag 3: De IND brengt een voornemen uit. 
Dag 4: De vreemdeling heeft gelegenheid voor het indienen van een zienswijze. 
Dag 5: De IND slaat de beschikking en brengt die uit. 
Dag 6: Uitreiking van de beschikking en nabespreking met de advocaat. 

Daarnaast is er een nieuwe mogelijkheid ingevoerd om de AA op voorhand met drie dagen te verlengen, de AA duurt dan dus negen dagen (AA+). Deze mogelijkheid kan worden toegepast bij complexe of bewerkelijke zaken waar naar verwachting meer tijd nodig is, of bij zaken waarin er meer tijd nodig is vanwege bijzondere procedurele waarborgen/uit het medisch advies blijkt dat meer tijd nodig is voor het gehoor. Wanneer de AA+ wordt toegepast, is er een extra dag voor het nader gehoor, een extra dag voor de correcties en aanvullingen (de IND kan die dag ook al beginnen met het voornemen) en een extra dag voor het opstellen van de zienswijze.

De mogelijkheid bestaat ook om de AA tijdens de procedure te verlengen. Van deze mogelijkheid kan bijvoorbeeld gebruik worden gemaakt bij ziekte van de vreemdeling of de tolk. Ook kan de IND besluiten dat er meer onderzoek nodig is, waardoor de aanvraag verder wordt behandeld in de verlengde asielprocedure (VA). Voor die procedure gelden verder geen specifieke termijnen, behalve de wettelijke beslistermijn die geldt voor het beslissen op de asielaanvraag. 

Tijdens de AA verblijft de vreemdeling op een procesopvanglocatie. Gedurende de VA verblijft de vreemdeling op een azc. Is er een afwijzende beschikking uitgereikt of verzonden, dan wordt de vreemdeling in principe overgeplaatst naar een azc. In AA-zaken maakt het COA uiterlijk op dag 8 bekend bij de IND en de DT&V waar de vreemdeling vanuit de pol geplaatst gaat worden. De IND draagt het dossier dan over aan de DT&V.